Ronde houten ongeverfde diabolo, middendoor zit een ijzeren pin.
De zijkant van de diabolo is versleten.
Een diabolo is een voorwerp waarmee men kan jongleren. Het bestaat uit twee kunststoffen komvormige delen die met hun bodem aan elkaar zijn verbonden. Dit verbindingsstuk is het steunpunt voor de diabolo.
Bij een diabolo horen twee stokjes bij die met een touw zijn verbonden. Hiermee kan de diabolo aan het tollen worden gebracht, zodat hij in balans blijft, en in de lucht kan worden gegooid en opgevangen. Met een diabolo zijn diverse trucs mogelijk. Diabolo's worden vaak gebruikt in circusvoorstellingen.
Het jongleren met een diabolo is afkomstig uit China. De oudste diabolo's dateren uit het vierde of derde millennium voor Christus. De diabolo werd oorspronkelijk van bamboe gemaakt; dit materiaal gaf de diabolo een fluitend geluid bij het ronddraaien.
In de achttiende eeuw raakte de diabolo bekend in Engeland en Frankrijk. Aan het begin van de twintigste eeuw werd de diabolo in Frankrijk opnieuw uitgebracht. Sindsdien is hij algemeen verbreid.
Het belangrijkste bij diaboloën is snelheid. Als de diabolo niet draait, valt hij van het touw af. Om hem snelheid te geven, kan men hem op de grond leggen met het touw eronder, naar links rollen (linkshandigen moeten hem naar rechts rollen) en omhoog trekken. Men kan hem ook zo opgooien dat hij gaat tollen, en vangen. Er zijn vele manieren om hem aan het tollen te krijgen. Zodra hij op het touw ligt en aan het tollen is, kan men hem versnellen door met de rechter- of linkerhand regelmatig aan het touw te trekken. Er zijn andere manieren van versnellen, maar dit is de makkelijkste. (Bron: wikipedia)