Rede burgemeester Groot-Enzerink: „Zoeken naar gerechtigheid"
: 20 oktober 1950
: K-02601
Rede burgemeester Groot-Enzerink
„Zoeken naar gerechtigheid"
Na door de loco-burgemeester te zijn geïnstalleerd, aanvaardde burgemeester Groot-Enzerink hedenmiddag het ambt met het uitspreken van de volgende rede:
Het is mij een behoefte hier in Uw midden uit te spreken, dat mijn hart vervuld is met dank aan God, die alles zò heeft willen leiden, dat heden de lang door mij gekoesterde wens vervuld wordt, namelijk dat men mij waardig geacht heeft, het hoge ambt van burgemeester te bekleden, waarom ik dan ook mijn eerbiedige dank uitspreek jegens H.M. de Koningin, aan wie het heeft behaagd mij in deze gemeente te benoemen. Hierop aansluitend, betuig ik tevens mijn erkentelijkheid jegens de Minister van Binnenl. Zaken, alsmede de heer Commissaris der Koningin, die mij voor deze benoeming hebben voorgedragen.
Dat dhr. Commissaris der Koningin zich op deze voor de gemeente Maasland en mij zo gewichtige dag door U heeft doen vertegenwoordigen, Mijnheer Dinger, wordt door mij hogelijk op prijs gesteld. Het zij mij vergund, U te verzoeken, hiervan aan dhr. Commissaris mededeling te willen doen. Familie-omstandigheden nopen U, ons spoedig te verlaten, hetwelk ik zeer betreur.
Mijnheer de Loco-burgemeester voor Uw hartelijke gelukwensen, uit naam van het Gemeentebestuur, zeg ik U, namens mijn vrouw, ten zeerste dank. Naar mij voorkomt is het nu het juiste ogenblik om U hulde te brengen voor de wijze waarop U de belangen der gemeente gedurende een half jaar zo voortreffelijk hebt behartigd. Het was ongetwijfeld een taak, die veel van Uw kracht en eigen tijd zal hebben gevraagd. Uw kennis der gemeente en Uw ervaring zullen U echter gerugsteund hebben, met daarnaast de wetenschap: een ander komt het straks overnemen. Heden is dan dit moment aangebroken en ik ben dankbaar, dat ik deze taak juist van U mag overnemen.
U hebt gesproken van een zware taak. Inderdaad, geroepen zijnde, thans een wel zeer verantwoordelijke taak op mij te nemen, wil ik niet nalaten te zeggen, dat ik mij er van bewust ben, dat voor een juiste vervulling meer nodig is, dan alleen menselijk weten en kunnen.
Van Prof. Cleveringa las ik ergens de volgende schone karakteristiek:
“Sommigen beweren, dat rechtspraak gerechtigheid zoekt, en bestuur algemeen belang. Alsof het zoeken naar gerechtigheid geen algemeen belang is en alsof bevordering van het algemeen belang, het zoeken naar gerechtigheid niet eerder in- dan buitensluit".
Bij elke bestuursdaad zal het dus nodig zijn, dat voorop staat, dat deze daad ook moet gericht zijn op het betrachten van de gerechtigheid. Dit samenvattende, kan ik mijn plicht, de vervulling van mijn taak, slechts dan goed volbrengen, wanneer Gods Zegen hierop rust.
Wat de samenwerking betreft
Hierbij denk ik aan U, heren Wethouders. Immers wij zullen tezamen menigmaal beraadslagen over velerlei wat de gemeente aangaat en voor een recht verstaan van taak als college, is collegiale samenwerking een eerste vereiste. Ik zie dan ook het overleg in de vergaderingen van het college van B. en W. als een voorname taak, misschien wel de voornaamste.
Mijne heren leden van de Raad, ook op U doe ik een beroep in dezelfde zin, daar ik Uw volledige medewerking zeer van node heb, als voorzitter van Uw Raad.
Ook in deze vergaderingen zal steeds voor ogen dienen te staan, dat zelfbeperking en matiging van een meerderheid ten opzichte van een minderheid, de meerderheid tot ere strekt en zulks voor een goede onderlinge verhouding een onontbeerlijke voorwaarde is, evenals de eis, dat de minderheid begrip toont voor de wezenlijke verhoudingen in de gemeente.
Vele problemen
Mijnheer de Loco-burgemeester, U hebt er in Uw toespraak op gewezen dat vele zaken de aandacht vragen. Het woonruimtevraagstuk is inderdaad een der moeilijkste kwesties. Een grote wachtlijst immers demonstreert de diepe nood, waarin welhaast overal en ook hier moet worden voorzien. Ten opzichte hiervan wil en kan ik slechts zeggen, dat dit voor mij het punt zal zijn, waaraan ik speciaal mijn aandacht zal wijden.
Wanneer ik naga, dat een verdere afwerking van het uitbreidingsplan met alle daaruit voortvloeiende zaken, als aankoop of onteigening van daartoe bestemde gronden enz. dat er behoefte zou zijn aan de stichting van een zweminrichting en dat ook hier te dezer plaatse, gezien het drukke verkeer, sprake is van een verkeersprobleem, dan ben ik mij ervan bewust dat vele urgente kwesties wachten op ten uitvoer brengen. De aanblik van de reeds gedeeltelijk gerestaureerde Ned. Herv. Kerk accentueert de noodzakelijkheid, dat voorzieningen worden getroffen tot herstel van de toren.
Voorzichtig met financiën
Uw beroep op mij, wil ik beantwoorden hiermede, dat ik mij ten volle wil geven, naar de mate mijner krachten door God mij geschonken. Kan de financiële positie der gemeente Maasland gezond worden genoemd dat neemt niet weg, dat in de tijd, waarin wij leven, de uiterste voorzichtigheid op dit terrein dient te worden in acht genomen en alle krachten moeten worden ingespannen om met wijs beleid het evenwicht te bewaren. Economisch gezien mogen wij wel vaststellen, dat de uitkomsten van landbouw, tuinbouw en veehouderij over het algemeen niet onbevredigend zijn, Dat de middenstand hiervan mede profiteert, sluit niet in, dat voor deze categorie geen moeilijkheden zouden bestaan. Voorzover in mijn vermogen ligt, zal ik hiervoor een open oog hebben.
Wat betreft het probleem, hetwelk U aan het slot Uwer toespraak aanroerde, nl. de vrees voor annexatie, hiervan kan ik momenteel niets zeggen omdat, als er één punt is, waar van ik studie dat vele urgentie bewust wil maken, vóór mij aan een uitspraak dienaangaande te wagen, het dit probleem is.
Mijne heren. Thans wend ik mij tot hen met wie ik dagelijks in aanraking zal komen.
Mijnheer Wineke, op U als gem.secretaris, doe ik een dringend beroep tot samenwerking en ik reken gaarne ook op de volle medewerking van het gehele personeel der gemeente. Gij, mijne heren, zult in mij iemand vinden, die steeds gaarne een willig oor heeft voor Uw belangen en moeilijkheden. Niet tevergeefs zult ge met rechtvaardige en te billijken verzoeken bij mij aankloppen, daar ik steeds bereid ben Uw belangen te behartigen.
Mijne heren, gaarne spreek ik hierbij de hoop uit, dat deze dag het begin moge zijn van een voor de gemeente Maasland voorspoedige periode en dat hechte banden wor den gelegd tussen U, mijn gezin en mijzelf. Moge God ons allen Zijn onmisbare Zegen schenken, want: Zo de Heere het Huis niet bouwt, tevergeefs arbeiden deszelfs bouwlieden daaraan.
En hiermede, mijne heren, aanvaard ik het hoge ambt van burgemeester der gemeente Maasland."