Loosduinen of Maasland?

: 4 oktober 1950

: K-02595


Loosduinen of Maasland? Maaslands nieuwe burgemeester in de zuivel goed thuis. Vriend van het platteland „Mijn vader is burgemeester van duinen geworden", klonk het gisteren door een Haagse straat. Het was de stem van Frits de Groot Enzerink, de achtjarige zoon van de zo juist benoemde burgemeester van Maasland. De jongens die het hoorden, lachten al even hard als vader en moeder op hun bovenhuis. „Jo, weet jij niet dat Loosduinen geen burgemeester meer heeft?" was de reactie, die Frits als domper op zijn vreugde te horen kreeg. Maar hij heeft volgehouden, dat zijn vader dan in Loosduinen weer de eerste burgemeester zou worden. Het gesternte, waaronder deze benoeming kwam, was voor de heer F.J. de Groot Enzerink om meer redenen gelukkig. „Van mijn gymnasiumtijd in Leiden af heb ik al in die richting gedacht en gewerkt", zo vertrouwt hij ons toe, als wij hem even te spreken krijgen. De burgemeester die 43 jaar is, is Christelijk-Historisch. Hij heeft op vele secretarieën gewerkt: Koudekerk aan de Rijn, Alblasserdam, Zwammerdam en Leiden. In die laatste plaats ligt een groot deel van zijn activiteit op sociaal en politiek gebied. Hij heeft er het borgstellingsfonds voor de Leidse middenstand mee opgericht en was secretaris van de Statenkring Leiden der C.H. Kort voor de oorlog heeft hij nog even in de Leidse gemeenteraad gezeten. Sinds de laatste verkiezingen was hij ook hier in Den Haag candidaat voor de gemeenteraad. De Leidse jeugd heeft het een en ander aan hem te danken. De burgemeester was voorzitter van vele verenigingen, o.a. van de Oranje Garde, die naast de Graal in die jaren voor de oorlog een prachtige samenbundeling was van jonge mensen, die steun hard nodig hebben. In Den Haag is de heer de Groot Enzerink drie jaar ouderling van de Nederlands-Hervormde Kerk geweest. Vlak voor zijn benoeming was hij nog gekozen als regent van de bijzondere scholen, uitgaande van zijn Kerk. „Mijn jeugd heb ik doorgebracht in Leeuwarden, waar vader predikant was en al ben ik dan geen telg van een echt Fries geslacht, ik heb toch het karakter van de Friezen leren kennen en waarderen. Ik geloof zelfs, dat ik er veel van over heb genomen", vertelt hij ons, „De Friezen zijn, wat in goed oud Hollands heet, „recht en slecht". Zij winden er geen doekjes om en dat is een heerlijke eigenschap". Na Friesland kwam dan Leiden, en daarna het werk aan de administratie van vele Zuid-Hollandse gemeenten. Door de oorlog kwam de burgemeester in de zuivel terecht. Bij het bedrijfschap voor Zuivel vond hij in Den Haag een werkkring, die hem zeer goed lag als sous-chef van de afdeling, die zich bezig hield met de export van zuivelproducten, had hij veel te maken met de Achillespees van onze economie: de deviezen. Zijn bureau moest de vergunningen geven voor exporteurs van zuivelproducten, daarbij de minimumprijzen en condities van vervoer etc. in acht nemen, zodat de kernproblemen waar het voor ons land om draait, hem volkomen vertrouwd zijn. „Ik zal in Maasland, dat voor een belangrijk deel leeft van de zuivelproductie, een werkterrein vinden, dat mij bijzonder interesseert", is zijn mening. Wanneer de installatie zal geschieden is niet bekend. Vermoedelijk na 16 October. Mevrouw de Groot-Enzerink is evenals man bijzonder met deze benoeming ingenomen. Beiden houden veel van het buitenleven, een eigenschap die op de drie kinderen is overgegaan, want in de fantasie van Adèle, Frits en Marion worden er al drie tuintjes achter de ambtswoning in Maasland gereed gemaakt voor de productieslag. De tuinders daar mogen wel oppassen voor de concurrentie! De burgemeester is een goede vriend van Haagse collega mr Schokking, wiens persoon en kwaliteiten hij zeer waardeert. Gisteren, aanstonds na het bekend worden zijn benoeming, zijn de gemeentesecretaris en de beide wethouders van Maasland bij hem geweest. „Ik zal het met de bevolking daar best kunnen vinden", is zijn indruk.