Afscheid meester Bot
Donderdagavond werden in Tavenu, namens oud- leerlingen, aan de heer J. Bot, die 27 jaar als onderwijzer aan de Ned. Herv. School zijn beste krachten heeft gegeven, enige blijken van waardering aangeboden. Ondanks de feiten dat ter zelfder tijd Euterpe een uitvoering gaf en dat er een vergadering was van de Bond van Plattelandsvrouwen en dat het weer zeer slecht was; was de zaal geheel gevuld.
Onder de aanwezigen merkten we op de heer en mevr. de Nie, onze vroegere arts, Dr. Tjebbes en zijn echtgenote, de heer en mevr. Hoeke uit Haarlem en vrienden uit De Lier.
De heer J. de Vos heet de aanwezigen hartelijk welkom, inzonderheid de vrienden van buiten, waaronder de heer en mevr. Tjebbes. We zijn hier, aldus de heer De Vos, bijeengekomen om onze dank te brengen aan de heer Bot, voor het vele, dat hij voor ons en de Onzen heeft gedaan. Spr. wijst er op dat het eerst in de bedoeling lag tegelijk met het blijk van waardering der schoolkinderen, dat der oud-leerlingen aan te bieden, doch er waren enkele omstandigheden, waarom dat niet kon. De meisjes waren nog niet klaar met de rondgang; de cadeaux moesten gekocht worden enz. en zodoende moest men tot uitstel komen. Wat het de heer Bot gekost heeft de school te verlaten, kan hij zich indenken. Nadat spr. allen een prettig samenzijn heeft toegewenst, krijgt de heer F. Poot, oud-leerling, het woord. Deze wijst er op, hoe allen als oud-leerlingen en vrienden zijn gekomen om officieel afscheid te nemen van meester Bot. Hij brengt de heer Bot dank voor het vele dat hij voor de school heeft gedaan. Onze dankbaarheid, aldus spr., hebben wij willen uiten door U een blijvend aandenken mede te geven van Uw oud-leerlingen en vrienden, dat, naar wij hopen, in Uw smaak zal vallen.
Namens oud-leerlingen bied ik U deze herinnering aan. Op dit moment worden de gordijnen van het toneel opengeschoven en horen we uitroepen van verbazing want de cadeaux bestonden uit niet minder dan een der modernste boekenkasten, een en salontafel, een spiegel en een paar boekensteunen. Doch nog zijn de verrassingen niet voorbij. Een alleen aan de heer en mevr. Bot bekend persoon treedt naar voren en vraagt het woord en nog raadselachtiger wordt het als deze onbekende namens zijn echtgenote het volgende zegt:
Op deze dag van afscheid nemen, van vrienden, kennissen en zo voort, zult gij uit dit gedicht vernemen, iets dat maar zelden wordt gehoord. Gij kon toch zeker niet verwachten, dat oude vrienden ver van hier, toch expres een bezoek U brachten, ik hoop dat doet U veel plezier. Want gij zijt zeker niet vergeten, de schuld die ik nog delgen moet. Al is het dan ook lang geleden, ik doe 't nu met blij gemoed. Ontvang dan hier de lang verwachte, beloofde letter van banket, ik hoop door mijn dichtkunst te betrachten, dat 'k niet word in de zon gezet. En dat bij volgend samentreffen, bij reünie in d' oude Lier tesaam, ook dan Uw stem weer zult verheffen, en zeggen: „de schuld is afgedaan".
Hierna overhandigt spr. de heer Bot een boterletter. Voor de aanwezigen is dit een raadsel, dat de heer Bot echter later tot klaarheid bracht.
Eveneens onder het lezen van een rijm wordt aan mevr. Bot een cake aangeboden namens de familie Van den Berg uit De Lier.
De heer Bot zegt dat er in een afscheid altijd iets weemoedigs ligt. Daar zijn tijden dat een mens een zakdoek nodig heeft en zei hij, zo hij hier staat en om zich heen al die vrienden ziet en alles wat hem is geschonken, dan moet hij zeggen: Dit alles is zo maar niet gebeurd. Meen niet dat het mij gemakkelijk viel van U te scheiden, daar werd iets losgescheurd, want Uw kinderen, allen zonder onderscheid, heb ik gezien als mijn eigen kinderen. Zwaar viel het mij, mij van U los te maken en dit alles heeft mij pijn gedaan. Mijn vrouw en ik stellen een moment als dit zeer op prijs. Wii zijn U allen oprecht dankbaar. Wees verzekerd, dat deze geschenken tot in lengte van dagen tot ons zullen spreken. Wij blijven hier wonen, kom bij ons en geniet, en we zullen steeds elkaar weer vinden als vrienden".
De heer de Vos spreekt namens de aanwezigen en zegt de moeilijkheden van de heer Bot i.z. het afscheid te kunnen begrijpen. Verder brengt de heer de Vos dank aan de jonge dames die spontaan de inzameling op zich namen en vertelt hoe zelfs van heel ver buiten de gemeente, ja zelfs van buiten de grenzen, giften waren ontvangen. Nadat de aanwezigen een verversing en versnapering was aangeboden, sprak de heer Bot over aangeboden sprak de heer Bot over “27 jaar onderwijs”.
Doodstil was het in de zaal toen de heer Bot zijn loopbaan verhaalde, waarbij zowel de ernstige als de vrolijke noot uit de onderwijsloopbaan werden aangehaald. In ook rede van de heer Bot kwam ook het raadsel van de banketletter tot oplossing. Deze letter was de heer Bot 28 jaar geleden beloofd. Voor enkele jaren op de reünie in De Lier ontmoette hij zijn vroegere kostjuffrouw en maakte haar in het bijzijn van anderen op haar belofte attent. Thans is op deze avond aan de belofte voldaan en rust op de heer Bot de taak bij het eerstvolgende treffen in De Lier te vertellen dat de schuld is voldaan.
Na een tweede aanbieding van verversingen wordt het woord gevoerd door de heer Barendregt, oud-leerling, die memoreert hoe hij wel eens met de sterke knuisten van de heer Bot had kennis gemaakt, doch hem dank brengt voor het onderwijs, door hem genoten. Hij spreekt de wens uit, dat het de heer Bot in zijn nieuwe werkkring wel mag gaan en verzoekt staande de heer Bot toe te zingen de zegenbede uit Ps. 121 vers 1 en 4.
Aan het slot van de avond spreek de heer De Vos een woord van dank tot allen. Van de gelegenheid tot het bezichtigen van de cadeaux en de heer en mevrouw Bot de hand te drukken werd door allen gebruik gemaakt.