Brief en (aan achterzijde) taxatie herstelwerkzaamheden na brand.
De brief luidt:
"October 1848,
De ondergetekenden, Arij Biemond en Leendert van Bergen, Mesters Timmerlieden alhier, hebben zich op last van den Bouwman Arij van der Lelij, naar deszelfs woning begeven, ten einde de veroorzaakte schade aan de belendende gebouwen en hooiberg van den genoemde eigenaar door den hevige brand aldaar op de tweede Augustus plaats had, te taxeren en hebben aldaar opgenomen , de veroorzaakte schade aan genoemde panden, benevens hetgene bij de herbouwing van de meerendeels afgebrande boes of stalling en wooonhuis en toebehoren gebleken is onder de bewerking, mede door den brand ontzet of vernield te zijn en verklaren dien ten gevolge de veroorzaakte schade naar hunne overtuiging op een som van zes honderd gulden, zegge fl. 600."
Op de achterzijde het volgende, waarschijnlijk betreft het hier een "kladje".
De taxatie luidt:
"Maasland, 1848
Den Heer A.Klopperd,
Mijn Heer,
Op uitnodiging van Ued. Neef A. van der Lelij heb ik met van Bergen de schade aan de belendende gebouwen van boes en hooiberg opgenomen, en overeenkomstig zijn verlangen, genoemde schade begroot op f. 600, zoo als Ued. brief uit de ingesloten brief zult vernemen met de meerdere schade aan boes en woning daar onder begrepen. Op zijn verlangen addresseer ik deze U, in verwachting dat deze aan zijne bestemming door U zal worden bezorgd, en tevens Uwe goedkeuring zal wegdragen.
Noeme mij na groeten ook van Ued. familie met achting,
Ued. Vriend
J. Biemond.
Hieronder staat een schetsje met de naam C. de Bruijn.
Betreft het hier een situatieschetsje bij de taxatie ..............?