Kwispedoor, emaille, buiten bruin, binnen wit.
Een kwispedoor is een ouderwetse spuwpot of een bak om in te spugen, bedoeld om een overvloed aan speeksel en slijm uit de mond in op te vangen. In de gezondheidszorg wordt dergelijke bakje nog wel gebruikt om in te spuwen, maar wordt dan sputumbakje of -potje genoemd.
Kwispedoor is afgeleid van het Portugese woord 'cuspidor', dat spuwpot betekent. Het woord en het gebruik een pot voor het spuwen te gebruiken, kwam via de VOC naar Nederland. Een deel van Indië was vóór de verovering door Nederland in handen van de Portugezen - de zeelui en handelaren namen de 'cuspidor' van hen over.
Over het algemeen had een kwispedoor een zelfde grondvorm, namelijk een bolvormig uitgevoerd laag vaasje met een ruime schuins toelopende bovenrand. De voorwerpen waren meestal van (versierd) aardewerk, koper of email voor het gebruik in huis. Vroeger stonden er ook kwispedoors in bars (vaak met zand gevuld), zodat mensen die pruimtabak gebruikten, er hun 'fluimen' in kwijt konden. Ook bijtend tabakssap kon er in uitgespuugd worden. Een bijkomend voordeel was dat de tabaksspuwers zo geen vlekken maakten op de vloer. Het uitgespuugde sap had namelijk de eigenschap dat het lelijke bruine vlekken maakte. Kwispedoors waren ook vrij gebruikelijk in de huiskamer in de periode dat men nog weinig bezwaar had tegen spuwen in het openbaar. Als men binnenskamers wilde spuwen, deed men dat in een kwispedoor. Volgens het volksgeloof zou spugen helpen om de duivel te verjagen.