Gerestaureerde Ned. Herv. Kerk van Maasland in gebruik genomen
: 18 juni 1954
: K-01618
Gerestaureerde Ned. Herv. Kerk van Maasland in gebruik genomen
Negen jaar na felle brand
Vrijdag 18 Juni 1954 was het voor de Ned. Herv. gemeente van Maasland een blijde dag. De gerestaureerde kerk welke op 18 Juni 1945 totaal door vuur werd vernield, was zo ver gereed, dat zij in gebruik genomen kon worden.
Het was een zelfde mooie zomeravond als negen jaren geleden, de dag toen tengevolge van een verdwaalde lichtkogel de kerk en toren door het alles vernietigende vuur totaal werd verwoest. Deze avond werd een onvergetelijke in de geschiedenis der Maaslandse kerk. Velen hadden zich reeds na een vermoeiende dagtaak ter ruste geven, anderen genoten nog van de prachtige zomeravond.
Plotseling werd de sonore rust van deze mooie avond verstoord door het geroep, dat de Ned. Herv. kerk in brand stond. Spoedig was de brandweer op de plaats des onheils en ook brandweren uit andere plaatsen uit het Westland, alsmede de Canadezen, waren spoedig met groot materiaal aanwezig. Hoe men ook zwoegde, het vuur vond in het droge hout maar al te gretig voedsel en spoedig lekten de vlammen uit dak en ramen. Ondanks alle zwoegen was in de morgen van 19 Juni 1945 niet anders van de mooie gothische Maria Magdalenakerk over dan enige kale muren. Ook de toren onderging eenzelfde lot. De buitenbewoners, die van de ramp niets afwisten en hun blik 's morgens op het dorp richtten, zagen tot hun verwondering dat Maaslands trouwe wachter, de eeuwenoude toren, verdwenen was. Die nacht is er gezwoegd door vele brandweerlieden. Niet minder dan negen motorspuiten, massa's water in het laaiende vuur en hun moeite werd in zoverre beloond dat de omliggende huizen gespaard konden worden.
Wij herinneren ons nog als de dag van gisteren hoe de brandweer zwoegde, de uitputting nabij. Alles was nog op de bon en velen hadden geen eten bij zich. Toen werd bij de boeren in de nacht melk en bij de akkers blikken met biscuits gevorderd. Wel geen stevig maal, maar het gaf toch deze wakkere mannen weer kracht hun moeizaam werk voort te zetten.
Negen jaar later
Het is Vrijdag 18 Juni 1954, precies negen jaren later. Het is weer zo'n prachtige zomerdag als 9 jaar geleden. Nu lekten geen vurige tongen uit de ramen der kerk, doch de late avondzon werpt haar stralen door de hoge boogvensters het fraaie kerkgebouw. Een zeer grote schare van dichtbij en verre is nu samen gestroomd om de ingebruikneming mede te maken en ongetwijfeld zullen bij zeer velen hun gedachten een ogenblik zijn teruggekeerd naar die zomeravond van de 18e Juni 1945.
Onder de talrijke aanwezigen zagen wij het voltallige gemeentebestuur, leden van het Geref. er R.K. kerkbestuur, alsmede tal van autoriteiten uit kerkelijke kringen en predikanten uit de omliggende plaatsen. Het was stil in het kerkgebouw toen de president-kerkvoogd, dhr C Doelman, de kansel betrad en deze plechtigheid opende met het lezen van Haggai 2 : 8b-10.
Hierna zong de gemeente haar eerste psalm in het nieuwe kerkgebouw, begeleid door de muziekvereniging Euterpe en met volle overgave werd Psalm 138 vers 1: „'k Zal met mijn ganse hart Uw eer vermelden Heer, dank bewijzen" gezongen.
De president-kerkvoogd las vervolgens psalm 84, waarna het Ned. Herv. zangkoor - versterkt met leden van andere koren psalm 84 vers 1, 2 en 6 ten gehore bracht.
Hierna sprak de president-kerkvoogd een woord van welkom tot de schare. In het bijzonder richtte hij zich tot de autoriteiten, o.m. tot dhr F. P. Th. Rohling, chef van de depertementale afdeling Oudheidkunde en natuurbescherming, die de minister van Onderwijs K. en W. vertegenwoordigde, Mr. G. A. J. ter Linden, secretaris van de bouw- en restauratie-commissie der synode, A. v. Essen, architect der restauratie, F. J. Groot Enzerink, burgemeester van Maasland, D. Boode Glazenier en voorts tot vertegenwoordigers van het Provinciaal bestuur en Rijkscominissaris van monumentenzorg en verenigingen van kerkvoogdijen, de aannemer D. Huurman en de kerkgenootschappen uit de gemeente.
Nimmer zo schoon
Dhr Doelman memoreerde de gebeurtenissen na 1945 en schetste de geschiedenis der restauratie. Dank bracht hij het Geref. kerkbestuur voor hun medewerking. Hij merkt op, dat de thans levenden het kerkgebouw nimmer zo schoon zagen als thans. Dank bracht spr. aan de verschillende instanties, welke de restauratie mogelijk maakten. Speciaal richtte hij waarderende woorden tot architect, aannemer en werklieden die hun gehele hart in dit werk hebben gelegd. Ook de gemeente werd dank gebracht voor de grote offervaardigheid. Nog bracht spr. aan de kerkvoogdij van Graft voor het geschonken meubilair.
Hierna droeg de president met enige toepasselijke woorden de kerk aan de kerkeraad over. Namens deze dankte Ds Keijzer en zeide deze kerk te aanvaarden uit Gods Vaderhand, zulks in het diepe besef van de verantwoordelijkheid, om deze plaats te doen gebruiken waarvoor zij is bestemd.
Nadat de gemeente samen met het koor gezang 136 had gezongen werden achtereenvolgens de kanselbijbel, het doopbekken, het avondmaalgereedschap en de offerzakjes binnen gedragen, welke door Ds Keijzer met toepasselijke woorden uit de H Schrift werden aangenomen.
Dankdienst
Na deze plechtigheid werd o.l.v. Ds Keijzer een dankdienst gehouden. In zijn gebed bracht spr. dank aan Hem die Zijn zegen over dit alles wilde schenken.
Naar aanleiding van Handelingen 17 vers 24: „De God die de wereld; gemaakt heeft en al wat daar in is, die een Heer is van Hemel en aarde, woont niet in tempels met handen gemaakt." Deze woorden van de Apostel aldus Ds Keijzer, schijnen een domper op ons werk te werpen. Zij zijn ongetwijfeld pijnlijk voor ons allen, voor hen die in vroeger eeuwen de kerk bouwden, voor hen die hem onderhielden en voor hen die hem nu in zijn oude luister herstelden. Paulus in Athene ziet vele tempels, ziet zelfs een tempel voor een onbekende God.
Hij ziet de tempel in Jeruzalem, doch dan zegt Paulus: „zo is het niet”. Neen, God woont niet in een tempel met handen gemaakt. Jesaja immers zegt: de Heer woont in de Hemel en de aarde is de voetbank zijner voeten. In het oude verbond wijzen de profeten bij voortduring op de zuivere instelling van de tabernakel, als men deze niet wist te bewaren. God wil, aldus spr., wel bij ons wonen. Hij wil in ons midden zijn, doch op Zijne wijze. Hij wil daar zijn, waar de mens in ootmoed voor Hem nederknielt. Het gaat om het hart van de mens en dit heeft consequenties voor de wijze, waarop wij onze kerken bouwen en gebruiken. God wil bij ons zijn, wil daar wonen waar een verbrijzeld hart en een verslagen geest heerst, daar waar men Hem dient in sacrament en offer.
Gelukwensen
Na gezang 271 vers 1 en 2 werd het woord gevoerd door mr. Rohling, die namens de minister van Onder wijs -K. en W. de kerkvoogdij, het gemeentebestuur en de burgerlijke gemeente zijn gelukwensen aanbood.
Burgemeester Groot Enzerink sprake namens het college van B. en W. en de gemeenteraad en tenslotte namens de gehele burgerij. Hij getuigde van de vreugde bij de bevolking van Maasland over het herstel der kerk. Hij beloofde dat het gemeentebestuur alles in het werk zal stellen dat ook de toren spoedig gerestaureerd zal worden.
Mr. G. A. J. ter Linden feliciteerde namens de bouw- en restauratiecommissie der synode en zag de gerestaureerde kerk als een geschenk van God, een geschenk dat echter gebonden is aan een weergaloze opdracht.
Na een dankwoord van Ds Keijzer werd de plechtigheid besloten met het zingen van enige verzen uit psalm 150. De genodigden begaven zich hierop naar de zaal Tavenu, waar nog velen het woord hebben gevoerd en hun gelukwensen hebben aangeboden. De restauratie der kerk werd uitgevoerd door firma D. Huurman uit Delft. Architect was dhr A. van Essen uit Voorburg. Het werk stond onder leiding van de opzichter uitvoerder dhr H. J. W. Dukker. De bouw heeft rond een half millioen gekost, waarvan ruim een ton door verzekering was gedekt. Voor het resterende tekort werd bijgedragen door het rijk 55 procent, provincie 15 procent, gemeente 10 procent, zodat 20 procent bleef ten laste der kerkelijke gemeente.