MAASLANDERS MET f 10,000 NAAR ZUIDLAND
Sluitstuk van hulpactie
Zuidlands raad kwam vorige week bijeen en aan het eind der vergadering kwamen een aantal wagens de tuin van het raadhuis inrijden. Burgemeester De Kool maakte vlug een eind aan de vergadering, om het Maaslandse adoptie-comité hartelijk welkom te heten. Burgemeester en Mevr. Groot Enzerink openden de rij der bezoekers.
Burgemeester Groot Enzerink hield een rede, waarin hij zeide van gemengde gevoelens vervuld te zijn. Het gezelschap had met genoegen de vruchtbare akkers waargenomen. Wij hebben bewondering voor het doorzettingsvermogen van uw volk, zo merkte spr. op. Verheugd zijn wij in alle bescheidenheid een bijdrage te hebben mogen leveren. Wanneer spr. terugdacht aan de rampdagen, toen hij in lieslaarzen de verschrikkingen, die de ramp had teweeggebracht, in ogenschouw nam, dan werd het hem nog bang te moede, maar met blijdschap mag nu geconstateerd worden, dat Zuidland aan het opbouwen is. In 1953 verwoeste huizen waaruit verdriet sprak, thans een dorp dat zich weer heeft opgericht.
In de rampdagen namen de te hulp gesnelde Maaslanders ieder een taak op zich. Zij werden met blijmoedigheid vervuld. Maar 't was niet te vergelijken met wat de Zuidlanders deden. De raadszaal, geheel gerestaureerd, mag als een symbool worden gezien van de gehele opbouw van de gemeente Zuidland. Het is niet gemakkelijk een achterstand in te halen. Dit wetende hebt gij aangepakt en slaagdet gij.
De ramp, die Zuidland zo ernstig trof, heeft de harten der Maaslanders wijd opengezet. Maasland deed wat het kon. Toch was het zich er van bewust dat het slechts een klein beetje kon helpen. De nood was zo schrijnend hoog. Wat gedaan werd kwam voort uit bewogen harten. De Maaslanders betoonden christelijke naastenliefde.
Burgemeester, zo vervolgde Burgemeester Groot Enzerink, ik hoop dat U straks niet veel zult spreken over dank. Dank God. Hij was het die onze mensen aanspoorde daden van naastenliefde te betrachten. De Maaslanders zijn nu gekomen om nu het sluitstuk van hun actie te doen toekomen. Daarom bied ik U namens mijn gemeentenaren een bedrag aan van f 10.673,-. Het is geen afgerond bedrag, maar het geeft weer tot hoeverre de Maaslanders U hun hulp konden schenken, naast dat reeds gedaan werd.
Wanneer ik enkele suggesties mag doen, en dit namens het adoptiecomité, dan zijn het de volgende, zo vervolgde burgemeester Groot Enzerink. Wij zouden gaarne f 1000,- bestemming willen zien voor het stichten van een monument voor de slachtoffers van de waterramp.
Voor de wijkverpleging en meer de stichting van een medisch sociaal fonds geef ik U in overweging een bedrag van f 2000,- aan te wenden en tenslotte bieden wij U gaarne een restant bedrag aan van f 1673,- voor het aanbrengen van beplanting, waar Zuidland grote behoefte heeft. De jeugd moet groen en bloemen zien. Wij ouderen kunnen er desnoods nog wel buiten, maar schenk het de jeugd volop.
Dankwoord
Diep onder de indruk beantwoordde burgemeester de Kool de rede van zijn ambtsgenoot. Alhoewel U gevraagd hebt, geen dankwoord tot de mens te spreken, veroorloof ik mij toch de vrijheid zulks wel te doen, omdat ik weet dat de Schepper de mens gebruikte tot hulpvaardigheid. Gods opdracht is de naaste lief te hebben en hem bij te staan in uren van grote nood. Aan de consequenties van uw bezoek in het pas getroffen Zuidland heb ik toen niet gedacht. Er was zoveel belangstelling, maar het werd mij spoedig duidelijk dat uw bezoek een deugdelijke achtergrond had. Het volk van Maasland heeft zich kloekmoedig gedragen. De hulp aan Zuidland bleef niet beperkt bij vers brood uit Rotterdam, ovens of uniformen uit het Franse leger. Maasland strekte hulpvaardige handen uit. Schoonmaakploegen kwamen. Gigantische watertanks - er was grote behoefte aan - bracht zij in de straten. Meubilair, kachels, kleding, bedden, dekens werden schielijk aangedragen, schoeisel werd beschikbaar gesteld. Later kwamen potbloemen naar Zuidland en in vele woningen staan deze bloemen in volle bloei en de bezitters zijn zuinig op deze schone herinnering.
Met de bestemming van een zeer belangrijk bedrag, mijnheer de burgemeester, verheel ik niet, hebt gij mijn hart gestolen. Zuidland zal groen en bloemen krijgen. Gij maakt het ons mogelijk. In het uitbreidingsplan is ruimte genoeg om groen aan te brengen. De gemeente heeft nog vele plekken waar beplanting zal kunnen komen. Plaatsen, die wij niet zagen, omdat het ons aan middelen ontbrak, staan ons nu heel helder voor het oog. Het is vanzelfsprekend dat de plaats waarin wij wonen ons lief is. Gij stelt ons in staat deze plaats een fraaier aanzien te geven. Wij zijn U er zeer dankbaar voor.