WORDT ONZE GRENS HERZIEN?

: 5 mei 1950

: K-01031


WORDT ONZE GRENS HERZIEN? Ged. St. vragen de mening van Maassluis Ged. Staten dezer provincie ver zoeken de raad dezer gemeente zijn gevoelen te doen kennen omtrent een ingediend verzoekschrift van de raad der gemeente Maasland tot herziening van de grens met de gemeente Maassluis. Het verzoek heeft ten doel te bewerkstelligen, dat de percelen grond, gelegen ten N.-westen van de Bonervliet en ten N.-oosten van de z.g. Molensloot in de Sluispolder, die in 1941 bij het grondgebied van Maassluis zijn gevoegd, met het daarop gevestigde landbouwbedrijf, weder tot het territoir der gemeente Maasland komen te behoren. Dit verzoek, waarvan het adres zegt, dat het beoogt een naar het oordeel van de raad van Maasland in 1941 gemaakte fout te herstellen, zou, indien de Kroon en de wetgever hieraan gehoor zouden geven ernstige schade voor de ontwikkeling van Maassluis tot gevolg hebben. Op grond van de overwegingen, die B. en W. in een aan de raad dezer gemeente overgelegde bijlage hebben uiteengezet, zijn zij van mening dat het gevoelen van de raad van Maassluis bezwaarlijk een gunstig oordeel over het verzoek tot herziening van de gemeentegrens kan inhouden. Naar het inzicht van B. en W. kan men daartegenover met meer recht aanvoeren, dat, indien van een beoordelingsfout bij de vaststelling van de grens in 1941 sprake is, hierin is gelegen, dat enkele gedeelten van het grondgebied van Maasland, die in het verzoek van de raad van Maassluis d.d. 21 November 1940 tot wijziging van de gemeentegrens waren begrepen, niet aan het grondgebied van Maassluis zijn toegevoegd. B. en W. hebben hierbij het oog op de percelen, gelegen ten Z.-westen van de rijksweg, vanaf het punt waar deze weg de Burgemeester Elsenweg nabij de noord-westelijke grens Maassluis bereikt tot het punt waar hij even ten noorden aan het gedeelte, bedoeld in het verzoekschrift der gemeente Maasland de verbindingsweg dier gemeente met de z.g. Zuidbuurt snijdt. Naar het oordeel van B. en W. is er alle aanleiding tot de Kroon het verzoek te richten te bevorderen, dat een voorstel van wet worde gedaan, waarbij deze percelen alsnog bij het grondgebied der gemeente Maassluis worden gevoegd. De beweegredenen hiervoor hebben B. en W., eveneens in een bijlage, nader uiteengezet, op een mede daarbij gevoegde situatiekaart. De commissie voor openbare werken en voor de financiën hebben van dit gevoelen eveneens blijk gegeven en B. en W. stellen derhalve de raad voor: a. aan Ged. Staten dezer provincie mede te delen, dat de raad zich met het verzoek van de raad der gemeente Maasland niet kan verenigen; b. aan H.M. de Koningin te verzoeken een voorstel van wet te doen tot wijziging van de grens met de gemeente Maasland, zoals in één der bijlagen nader aan de raad is uiteengezet.