“Westlandse belangen" richt zich tot de Westlandse raadsleden

: 3 juni 1955

: K-00934


“Westlandse belangen" richt zich tot de Westlandse raadsleden Beroep gedaan op medewerking In een schrijven aan de Leden van de Raad der gemeenten: Naaldwijk, Monster, 's-Gravenzande, Wateringen, De Lier, Maasland, zegt de commissie voor Westlandse belangen het volgende: De snelle groei van de Nederlandse bevolking; de enorme toename van de verkeersintensiteit; de steeds voortschrijdende industrialisatie, welke nodig is om jaarlijks duizenden nieuwe arbeiders in het arbeidsproces te kunnen opnemen en de behoefte aan ruimte voor recreatiedoeleinden stellen de overheid van ons toch al zo dichtbevolkte land voor grote problemen. Zo ooit het „regeren is vooruitzien" van toepassing was, dan is het wel bij het voorbereiden en treffen van maatregelen, die nodig zijn om aan de gevolgen van deze ontwikkeling het hoofd te kunnen bieden. Nederland zal inderdaad met zijn ruimte moeten woekeren en het is daarom goed, dat nu reeds plannen worden opgesteld, waarin duidelijk omlijnd wordt aangegeven hoe een bepaalde streek zich de komende decennia zal dienen te ontwikkelen. Zoals U bekend zal zijn is ook voor het Westland een dergelijk plan in voorbereiding, n.l. het Streekplan Westland. Hoewel officieel nog niet veel over de inhoud van dit plan bekend is, mag zeker worden verwacht, dat hierin ook de toekomstige bestemming van de Westlandse gronden wordt bepaald. Dit is voor de Westlandse tuinbouw aanleiding geweest onze commissie in het leven te roepen, waarin Bond Westland, de Bloemenveilingen, de stands- en arbeidersorganisaties en enkele andere instellingen op tuinbouwgebied zijn vertegenwoordigd. Wij zouden gaarne zien, dat alle voor de tuinbouw gebruikte of voor tuinbouw geschikte gronden voor deze bedrijfstak beschikbaar blijven. De Westlandse gronden bezitten immers hoedanigheden, die deze zeer waardevol maken voor de uitoefening van velen tuinbouwteelten. Wij vertrouwen dan ook, dat de instanties, die met het opstellen van het streekplan Westland zijn belast, er naar zullen streven het Westland zo gaaf te houden. Een van de eerste eisen daartoe is, dat de vestiging van niet met de tuinbouw verbandhoudende industrie in onze streek niet wordt toegestaan. Immers, het Westland heeft zelf een tekort aan arbeidskrachten, zodat de arbeiders voor nieuw te vestigen industrieën van elders zouden moeten komen. Reeds thans oefent de rond het Westland gevestigde industrie 'n grote zuigkracht uit op de arbeidsmarkt in het Westland. Vestiging van industrie in dit gebied zou dit nog aanzienlijk versterken. Om de thans bestaande eigen woningnood te lenigen, zullen in het Westland nog duizenden huizen gebouwd moeten worden. Ook al zouden voor dit doel tuinbouwgronden verloren gaan, zal niemand de noodzaak hiervan ontkennen. Wanneer wij deze gronden echter moeten offeren aan woningbouw voor arbeiders van industrieën, waaraan niemand in onze streek behoefte heeft, zal het Westland zich hiertegen krachtig moeten verzetten. Wij verwachten derhalve, dat in het Streekplan bepalingen worden opgenomen, die het vestigen van industrie, anders dan de eigen verzorgings- en de met de tuinbouw verbandhoudende industrie, niet mogelijk zullen maken. Dergelijke bepalingen lijken ons uiterst noodzakelijk voor het intact houden van het 'Westland als tuinbouwcentrum. Wij kunnen ons echter voorstellen dat een vooruitstrevend gemeentebestuur in het aantrekken van industrie een welkome mogelijkheid ziet om het zielental van de gemeente te vergroten en daarom dergelijke bepalingen in het streekplan zal bestrijden. Zulk een gemeentebestuur moet dan echter bedenken, dat het Westland door de tuinbouw groot is geworden en dat die tuinbouw verwacht, dat zijn belangen in de eerste plaats door de plaatselijke overheid op de juiste wijze verdedigd zullen worden. Ook zonder de vestiging van industrie zal 't Westland offers moeten brengen en zal het nog veel strijd vergen om deze tot een minimum beperkt te houden. Ondanks het feit, dat bij het al of niet goedkeuren van uitbreidingsplannen e.d. nu reeds rekening wordt gehouden met de bepalingen van het streekplan, verkeert niet alleen de Westlandse tuinbouw maar zelfs gehele bevolking nog altijd in het onzekere omtrent de juiste inhoud hiervan. Op zichzelf is het reeds vreemd, dat dergelijke, mogelijk diep ingrijpende plannen worden voorbereid zonder overleg met het bedrijfsleven. Dit alles is voor U een reden temeer om uiterste voorzichtigheid in acht te nemen wanneer U, als vertegenwoordiger van onze bevolking in de plaatselijke bestuurscolleges stem moet uitbrengen over voorstellen, die op bovenstaande vraagstukken betrekking hebben. In het verleden hebt U reeds dikwijls bewezen, dat U het belang van de tuinbouw voor onze streek op de juiste waarde weet te schatten. Wij hopen en vertrouwen, dat wij ook in de toekomst, waar het gaat om de verdediging van onze bedrijfstak, op Uw medewerking mogen rekenen. Hoogachtend, Commissie voor Westl. Belangen