Het Westland ontkwam aan een grote ramp

: 6 februari 1953

: K-00870


Het Westland ontkwam aan een grote ramp Na angstige uren een stroom van medeleven met de getroffenen Het Westland is gespaard gebleven voor een grote ramp van niet te schatten omvang. Rusteloos hebben ook de golven de grenzen van ons gebied gebeukt gedurende die angstige uren van Zaterdag en Zondag jl., maar gelukkig hebben onze waterkeringen het gehouden. Wanneer wij ons aan het beschrijven van de gebeurtenissen in het Westland zetten gaan onze gedachten echter eerst uit naar de zo zwaar getroffen gebieden in het Zuid-Westen van ons land. Op het moment dat deze regels geschreven worden is de droeve balans nog niet opgemaakt, maar wel is bekend dat de gevolgen van de stormramp verschrikkelijk zijn. De overstroming heeft honderden mensenlevens gekost, duizenden dieren vonden eveneens op jammerlijke wijze de dood, duizenden hectaren vruchtbare grond werden een prooi van het zoute water, tienduizenden mensen moesten berooid vluchten. Het is een ramp van ongekende omvang, een stroom van leed met zich brengend. Wanneer de natuurelementen losbreken staat de gecivi liseerde mens machteloos en men kan alleen bidden tot God, dat Hij de kleine mens te hulp komt. De mens heeft gebeden. Hij heeft ook gestreden. Met kleine scheepjes trokken en trekken redders door het overstroomde gebied om hulp te bieden. Angstig wachtende mensen op zolders, daken en in bomen. Elders poogde men met zandzakken het dreigend gevaar te keren. Uit heel Nederland en van daarbuiten stroomde hulp toe. In het Westland Toen de storm begon op te komen deden zich de eerste gebeurtenissen voor te Hoek van Holland. Hier werd Zaterdagavond omstreeks 9 uur de bemanning van de reddingboot Pres. Jan Lels opgeroepen om hulp te bieden aan een zandzuigertje in de monding van de Nieuwe Waterweg. De Jan Lels voer uit en haalde de tweekoppige bemanning van boord. Onmiddellijk hierop werd de assistentie ingeroepen voor de sleepboot Schelde van Smit en Co. Deze was losgeslagen van het anker en op een strekdam terecht gekomen. Eerst wilde de bemanning niet van boord, maar later nam de Lels toch de 21 op het schip aanwezige personen over. In de loop van de nacht sloeg de Schelde over de dam heen, maar de lichten bleven branden en dat was een goed teken. En werkelijk, onverwacht kan men wel zeggen, zijn de sleepboten Blankenburg en Witte Zee er later in geslaagd het schip uit de benarde positie te verlossen. Nogmaals gered Kapitein van Dorp van de Schelde werd in de nacht van Zaterdag op Zondag nogmaals gered. Dat was te Hoek van Holland. Hij zat hier in gezelschap van een wachtman van Dirkzwagers Scheepvaartdienst in een huisje, dat op het eind van een steiger lag. Plotseling werd de steiger tussen het huisje en de wal door de woedende golven weggeslagen en men zat geïsoleerd. Binnen zeer korte tijd was de Hoekse brandweer echter ter plaatse en met een brandladder werden beide mannen gered. Het water ging toen flink te keer en sloeg o.m. een gat zo groot als een huis in de wal bij de Berghaven. De familie Zeeman moest geëvacueerd worden omdat hun huis ondermijnd werd. Ook hier verleende de Hoekse brandweer assistentie. Een stuk van de Zuiderpier sloeg weg. Veel houtwerk spoelde weg en het radiostation van de loodsdienst werd beschadigd. Een loods in de buurt van het station werd zwaar beschadigd. Stranding bij Terheyde In de nacht van Zaterdag op Zondag had voor de kust van Terheyde een scheepsdrama plaats, dat gelukkig nog goed is afgelopen. Hier raakte het 175 ton metende coastertje Elisabeth uit Groningen in nood. Het scheepje, dat met een lading aardappelmeel op weg was van Groningen naar Londen, had vergeefs getracht bij Hoek van Holland binnen te lopen. Het motortje was te zwak om op te tornen tegen de elementen. Het ruim 40 jaar oude scheepje kwam vast te zitten juist bij het oude slag waar de overblijfselen zijn van het oude café De Sport. Het schip gaf geluid- en lichtsignalen en deze waren niet vergeefs, want de redders waren paraat. De reddingboot kon echter niet in actie komen, want loodrecht beneden de duinen stormde het water aan. Ook reddingslijnen konden niet aan boord geschoten worden. Ten slotte sprongen twee schepelingen te water en zij wisten behouden aan land te komen Ook een derde schepeling bereikte op deze wijze de kust. Onmiddellijk was medische en andere hulp aanwezig. Alleen de 63-jarige schipper J. Jonker was toen nog aan boord. Hij werd er af gehaald door de Heyer Dirk Vooys, die de bijnaam draagt van “Dirk de Duivel". Ook de heren W. E. Vooys en M. de Jong namen aan het reddingswerk deel. Laatstgenoemde kwam in levensgevaar te verkeren en werd door dhr A. van Dongen gered. Aanvankelijk dacht men dat de toestand van de schipper ernstig was, maar nadat de schepelingen in café De Sport weer op hun verhaal waren gekomen, bleek dat ook de schipper er niet slecht aan toe was. Een woord van lof komt toe aan de familie Damen voor de wijze waarop hulp werd verleend. Dr. den Hollander en Dr de Lange verleenden medische hulp. Enkele redders werden licht gewond. Bij de redding waren o.m. aanwezig het hoofd van de kustwachtdienst en burgemeester K. L. J. Wouters. De Elisabeth ligt nu diep in het zand pal tegen de duinen. Alarm uit 's-Gravenzande Zondagmiddag kwam er plotseling alarm uit 's-Gravenzande. Hier was in de omgeving van het Arendsduin een diepe bres geslagen in de smalle duinen, juist bij het slag waarover men altijd naar het strand gaat. Leden van de Nationale Reserve, brandweermannen en vele vrijwilligers hebben onder leiding van de technisch hoofdambtenaar van Delfland, dhr A C Peters, met vierduizend zakken zand het gat afgezet en toen het hoge water kwam was het gevaar bezworen. De dichtingswerkzaamheden werden bijgewoond door minister Mansholt en burgemeester H. B. N. Mumsen. In een radiouitzending in de nacht van Zondag op Maandag voor de Wereldomroep deelde burgem. Mumsen radioreporter Herman Felderhof mede dat reeds voordat er van alarm sprake was de 1e lt. van Pelt zijn mannen van de Nationale reserve beschikbaar had gesteld. Vanuit alle delen van het land waren telefonische aanbiedingen om hulp binnengekomen en de burgemeester was zeer dankbaar voor de eensgezinde samenwerking. De gehele nacht van Zondag op Maandag hebben mannen van Delfland de wacht gehouden bij de bres, te meer omdat ook een bunker op de grens van het gat voor een deel ondermijnd was. Gelukkig nam de storm af en hoefde niet opnieuw alarm te worden geblazen. Weeralarm bij de Hoek De redders van Hoek van Holland kregen Zondag nog geen rust. Ongeveer anderhalve mijl uit de kust lag de oudste motorboot van Denemarken, de Annam. Dit schip dreigde te stranden en de Jan Lels toog er op af. Ondanks het zware weer slaagde men er in korte tijd in - men was in een uur uit en thuis - 21 mannen en 3 vrouwen over te nemen. Er bleven toen nog 16 man aan boord. De Annam had weinig keus en toe de Lels weer terugging naar H van Holland ging het schip er zonder loods achteraan. Het was een hachelijke onderneming, maar het lukte. Terwijl de geredden in Hotel America zich tegoed deden aan een heerlijk maal, voer de rest van de bemanning door naar Rotterdam. Bij ons bezoek aan de geredden in hotel America spraken wij nog even met de schipper van de Jan Lels, W. van Seters. Deze vertelde ons dat de reddingboot tegen de Annam was geslagen en dat daarbij het roer beschadigd was. De Jan Lels kon nu geen dienst meer doen en op dat moment was de reddingboot Wiersma uit Breskens op weg naar de Hoek om de Jan Lels te vervangen. De voorzitter van de Hoekse wijkraad, dhr v d Burg, deelde ons mede dat het gerucht, volgens welk een deel van de Hoek zonder water zat, volkomen uit de lucht was gegrepen: In de Hoek was alles normaal, zij het dan ook dat men wat schade had opgelopen. Vee verdronken In het gebied tussen Maassluis en Hoek van Holland is veel vee verdronken. De schade in het Westland is echter meegevallen. Wel kwam er practisch geen tuinder zonder enige glasschade af. In verschillende dorpen zijn hele warenhuizen platgeslagen. In Honselersdijk zelfs een van 2400 ramen. Het zg. platglas kreeg de meeste schade. Voorts moesten de dakpannen het allerwege ontgelden. In Monster ontwortelden bomen en verdween een deel van een voetbaltent. In vergelijking met de noodgebieden is de schade hier in het Westland echter zo gering dat we er maar gauw over zwijgen. De ramp te Rozenburg Al zijn andere gemeenten veel zwaarder bezocht mag men dankbaar zijn dat geen mensenlevens te betreuren zijn en de veestapel slechts verliezen heeft geleden, er staat toch een groot gedeelte van het vruchtbare land van Rozenburg onder het gevreesde zoute water en verschillende ingezetenen hebben hun woningen moeten verlaten en hun stallen moeten ontruimen. Gelukkig is van alle zijden hulp en huisvesting voor mensen en vee aangeboden, zodat de onderlinge verhouding zeer gunstig is. Na de overstromingen van 9 Febr. 1889 van de Bossepolder en die van 23 Dec. 1894, waarbij de landerijen van de Ver. tot Landverbetering onderliepen en twee doorbraken plaats hadden in de polder Nieuw Rozenburg en Blankenburg, zijn alle buitendijken beduidend verzwaard en verhoogd. Echter bereikte het zeewater een tot nu ongekende hoogte, minstens 30 cm hoger dan in 1894, toen bij de schutsluis te Rozenburg een hoogte werd aangegeven van 3.60 m boven A.P. Thans was aangegeven een hoogte van 3.90 m boven A.P. Bij deze hoge waterstand liepen practisch alle dijken over, waardoor aan de binnenzijde geulen ontstaan, die onvermijdelijk een doorbraak tengevolge hebben. Door deze oorzaak bezweek de buitendijk van de God zij dank-polder, eigendom van het Kroondomein, waardoor deze polder volliep. De gevolgen waren voor de omgeving zeer ernstig, daar de z.g. doorbraak in Krabbendijk in de bezettingstijd door de Duitsers gegraven voor een weg naar de Scheurpolder niet gesloten was, waardoor de Krabbenpolder en de Graspolder onder water geraakten. Bovendien stroomde over de zg. „lood" het land van Landverbetering vol. De doorbraak van de dijk om de Bossepolder had tot gevolg een overstroming van de polder Blankenburg en de Lange Plaat, hoewel het water daar niet hoog kwam te staan. Toch moesten verschillende woningen in Blankenburg verlaten worden. Door overlopen van de Heuveldijk kwam het kleine poldertje in de Goudmijn vol en liep de polder Nieuw Rozenburg gevaar, omdat de zanddijk overliep en op verschillende plaatsen dreigde door te breken. Met alle macht werden zandzakken aangebracht om het gevaar te bezweren. Alleen de laag gelegen landerijen in deze polder kwamen blank te staan. Woensdagmiddag begaf ook de Staardijk het. Gelukkig zonder zout water zijn gebleven de polders Oud-Rozenburg, Oud en Nieuw Rozenburg, het Kooiland, de Nieuwe of Droespolder en de verschillende landerijen in de Scheurpolder. De herstelwerkzaamheden worden met kracht aangevat. Dinsdagmorgen begonnen 100 geniesoldaten met het dichten der gaten in de buitendijken, daarbij geholpen door 100 Rozenburgse grondwerkers. Dinsdagavond arriveerden twee zware draglines om bij het werk te worden ingezet. Als men er in slaagt de gaten te dichten, is het zoute water spoedig verwijderd omdat Rozenburg boven AP ligt, zodat het water bij lage getijen zonder pompen in de rivier stroomt. Laat ons hopen dat spoedig de pogingen gelukken. Het Westland biedt hulp Dankbaar als men was dat ons Westland zo gespaard was gebleven, ja dat er zelfs geen gevaar voor verzilting bestond, is het Westland direct aan de slag gegaan om de nood van vele andere mensen zo veel als mogelijk was te helpen lenigen. Zo werd in Wateringen Maandag reeds een grote collecte gehouden, die volgens de eerste berichten f 15.000 heeft opgeleverd, met nog verschillende toezeggingen er ziet bijgerekend. Dinsdag en Woensdag werd kleding ingezameld. Trouwens, ook op ander gebied was Wateringen actief. Ten tijde van de dreigende doorbraken had burgemeester M. P. A. Meisen reeds duizend vrijwilligers verzameld om zo nodig direct te kunnen bieden. Men bleek deze werkkrachten echter niet nodig te hebben. Wel werden in georganiseerd verband grote boten en vrachtwagens naar de noodgebieden gezonden en de Rode Kruis-colonne vertrok naar Rotterdam om hulp te bieden. Ook in Monster werd een grote actie ingezet. Hier riep de burgemeester Maandagmorgen vertegenwoordigers van kerkelijke en burgerlijke organisaties in de raadzaal bijeen teneinde met hen te bespreken op welke wijze het vlugst en meest doeltreffend zou kunnen worden geholpen. Besloten werd in de gehele gemeente een circulaire te verspreiden, waarin op overduidelijke wijze zou worden verteld, dat de bevolking in de gemeente, die op zo'n wonderlijke wijze gespaard was gebleven voor de ramp, naar vermogen en zelfs nog boven vermogen bijna zou moeten offeren. Maandagavond is deze circulaire met behulp van het gemeentepersoneel en leden van de reserverijkspolitie uitgereikt. Deze circulaire is ondertekend door burgemeester Wouters en de plaatselijke geestelijkheid. Dinsdagmorgen werd een inzamelingsactie ingezet, die ook Woensdag plaats had. Contactpersonen waren hierbij mevr Wouters, tel 3375 voor Monster en Terheyde en mevr Schildmeyer, tel 3170 voor Poeldijk. De opgehaalde goederen werden te Poeldijk bij het jeugdgebouw gebracht en te Terheyde bij het nieuwe verenigingsgebouw. Gemeente Naaldwijk schonk f 20.000,— In de gemeente Naaldwijk waren de vrouwenverenigingen Maandag reeds druk in de weer om goederen in te zamelen. Er is echter ook veel geld nodig en daarom had burgem. S. Hoogenboom Maandagavond de gemeenteraad in spoedvergadering bijeen geroepen. Alle leden waren aanwezig. De burgemeester herinnerde aan de droeve omstandigheden die aan de oproep voor deze vergadering ten grondslag lagen. Ons volk is diep getroffen en spr hield zijn hart vast bij de alarmerende berichten uit Schouwen-Duiveland. Het Westland is door Gods almacht gespaard gebleven, maar toch heeft er ook aan onze grenzen een noodtoestand geheerst. Gelukkig bleef het Westland gespaard. Spr deelde mede dat de verzameling van goederen reeds was begonnen en dat het particuliere bedrijfsleven reeds f 15.150 had geschonken. B. en W stelden nu voor om uit de gemeentekas f 10000 ter beschikking te stellen, als gemeentelijk offer. Dhr Kruithof stemde hiermee volkomen in, maar hij had verwacht dat het bedrag groter zou zijn. Spr deed de suggestie om het bedrag op een gulden per inwoner te bepalen. Dhr Hulspas sloot zich hierbij aan en dhr Verhagen stelde afronding toe f 20.000 voor. Hij deelde tevens mede dat de plaatselijke afdeling van het Rode Kruis hierbij f 1000 schonk. Dhr Penning kon zich volkomen met de suggesties verenigen, maar hij wees er met nadruk op dat deze gift de bewoners niet ontslaat van de plicht om ook zelf naar vermogen aan de collecte bij te dragen. Het college nam het amendement van de raad graag over en zo werd besloten f 20.000 beschikbaar te stellen. Hierop zette de raad in gesloten zitting aan het beraadslagen over de collecte, die Dinsdag huis aan huis werd gehouden.