Uitbreiding electriciteitsnet
In de Raadsvergadering van 24 December 1947 werd naar aanleiding van een adres van J. Flanderijn besloten, nog niet over te gaan tot doortrekking van het electriciteitsnet in de Zuidbuurt, maar deze doortrekking voorlopig b.v. een jaar uit te stellen. Sindsdien is een en andermaal deze aangelegenheid door verschillende Zuidbuurt-bewoners opnieuw bij B. en W. aanhangig gemaakt, en dit telkens met meer klem. Dit, alsmede het feit, dat in de nabije toekomst prijsdaling van de rialen wel niet te verwachten zal zijn, hebben B. en W. er toe geleid, na hernieuwde overweging te besluiten de Raad voor te stellen, om na verkregen goedkeuring van Ged. Staten over te gaan tot doortrekking van het elektriciteitsnet tot aan de grens met Vlaardingen. Dit zou dan geschieden in deze zin, dat de hoofdkabel voor rekening van de gemeente zou komen, terwijl de aanwonenden de aansluiting op deze hoofdkabel zouden hebben te bekostigen. De kosten van het leggen van de hoofdkabel met graafkosten enz. worden geraamd op f 17.500.-. De Bedrijvencommissie kan er zich echter niet geheel mede verenigen. Doortrekking van de hoofdkabel tot aan de grens met Vlaardingen acht om de wel zeer hoge kosten niet verantwoord, temeer omdat van enig rendement zeker geen sprake zal zijn. Daarom meent de commissie, dat het meer aanbeveling verdient, de doortrekking van de hoofdkabel te beperken en wel tot aan een punt, gelegen ongeveer 400 M. voorbij de Zuidbuurtsedam (bij woning J.W. van Uffelen). De uitbreiding zou dan gaan over een afstand van 800 m. en de kosten er van zouden bedragen naar de schatting der Commissie f 7.200.-. Aangezien de door de gemeente te leggen en geheel te bekostigen kabel dicht langs verschillende groepen huizen zou gaan, is naar de mening van de Commissie de verwachting gerechtvaardigd, dat hier vrij veel aansluitingen zullen komen, hetgeen aan de rentabiliteit een geheel ander beeld zou geven dan wanneer doortrekking tot het eind van de Zuidbuurt plaats vindt. B. en W. hebben waardering voor de afwijkende beschouwingen van de Commissie, maar menen niettemin hun boven reeds medegedeeld voorstel te moeten handhaven. De begroting van kapitaalsinkomsten en -uitgaven van het Electriciteitsbedrijf voor 1948 zal in verband hiermede dienen te worden gewijzigd.
Na een uitgebreide discussie wordt het voorstel in stemming gebracht en met 8-3 stemmen aangenomen; tegen stemden de heren Korpershoek, v.d. Maarel en v.d. Burgh. De heer v.d. Burgh vraagt nog wanneer met het werk begonnen zou kunnen worden. De voorzitter zegt, dat dit zeker nog 14 à 15 maanden zal duren. Veel moet uit Zwitserland komen en dit is een deviezenkwestie.
Wijzigingen. Op verzoek van Ged. Staten worden een tweetal wijzigingen in de begroting van het electriciteitsbedrijf aangebracht, Tevens wordt een wijziging in de gemeentebegroting dienst 1947 en 1948 aangenomen.