Jubileum en Koninklijke Onderscheiding

: 6 mei 1949

: K-00446


Jubileum en Koninklijke Onderscheiding Zaterdag 30 April. Een stralende Oranjezon giet haar gouden stralen over ons vriendelijke dorpje en een frisse wind doet de vlaggen breed uitwapperen, welke ter gelegenheid van de 40ste verjaardag van onze Koningin van alle woningen der ingezetenen zijn uitgestoken. Versierd met Oranje trekt de jeugd der Kleuterschool zingend door het dorp en allerwege heerst er een opgewekte stemming. Ook in een huis aan de Burg. van der Lelykade, in het gezin van slager Kapteiin, heerst feestvreugde. Hier wordt op deze gedenkwaardige dag, waarop onze Koningin voor de eerste maal haar geboortedag viert als Landsvrouwe, het feit herdacht, dat Mej. P. de Bruijn 40 jaren in dienstbetrekking is bij deze familie. Voor de jubilaresse werd een speciale familiedag georganiseerd - en het heeft deze getrouwe niet aan belangstelling ontbroken. Doch haar was nog een grote verrassing bereid, want allerminst had ze in het middaguur het bezoek van burgemeester du Boeuff, vergezeld van de heer Huiskes verwacht. Door de burgemeester werd de jubilaresse op recht hartelijke wijze toegesproken. Het is voor U en voor de familiekring, aldus spr., wel een gewichtige dag. Want immers, dit is wel een zeer bijzonder jubileum en het doet prettig aan, nu bij dit jubileum van alle gebouwen de vlaggen wapperen. 40 Jaar was U, aldus spr., de trouwe hulp van de familie Kapteijn. In deze veertig jaren bent U een lid van het gezin geworden. Spreker biedt haar, haar familie en de familie Kapteijn de beste wensen aan, hopende dat het God behage moge, haar nog vele jaren te geven, Sprekende namens de Regering, wil spr. nog enige ogenblikken stilstaan bij dit belangrijke feit. Hierna maakt spreker gewag van het feit dat het H.M de Koningin heeft behaagd, haar voor deze trouwe plichtsbetrachting de medaille te schenken, verbonden aan de orde van Oranje-Nassau. Eigenhandig speldt de burgemeester de jubilaresse deze medaille op de. borst, hierbij de wens uitsprekende, dat het Mej. de Bruijn van God gegeven mag worden, dit ereteken, waarop zij met recht trots mag zijn nog vele jaren te dragen. Ook de verdere familieleden ontvingen nogmaals hartelijke gelukwensen. De heer Kapteijn dankte de burgemeester voor de hartelijke woorden, welke hij tot Mej. de Bruijn had gesproken; bracht dank aan H.M. de Koningin en gewaagde van de trouwe hulp, welke hij steeds van de jubilaresse had genoten. Hij sprak zijn leedwezen uit dat zijn echtgenote wegens ziekte niet tegenwoordig kon zijn doch ook namens deze bracht de heer Kapteijn dank voor de vele jaren van trouw, haar hierbij een cadeau onder couvert aanbiedende. Namens de kinderen van de heer Kapteijn ontving de jubilaresse een handtas, waarin zich eveneens een enveloppe met inhoud bevond. De jubilaresse dankte de burgemeester, zichtbaar ontroerd, voor hetgeen door hem namens de Koningin was aangeboden. Hierna bleef men nog enige tijd gezellig bijeen onder het gebruiken van een natje en een droogje en had men (ook de pers) niet te klagen, over hetgeen werd aangeboden.